| Flakkee |
|
Van Flakkee stamt de Flakkeesse tak van de familie Korteweg. Hier een korte beschrijving van het onstaan en de geschiedenis van Flakkee. De tekst is van uit de inleiding van het boek "Goeree-Overflakkee in oude ansichten" van Th de Waal uitgegeven in 1969. Korte historie van Goeree-OverflakkeeHet eind Goeree-Overflakkee - thans schiereiland - is letterlijk aan de zee ontworsteld. Behalve de kop van Goeree (ouderen noemen dit "geschaepe" grond) is het land uit "aanwas ontstaan. Op het schetskaartje staat hoe het er omstreeks 1300 uit zag. In de eerste en tweede eeuw na Christus waren er bij Goeree Romeinse nederzettingen, waarvan bij opgravingen tal van gebruiksvoorwerpen zijn gevonden, die in het Streekmuseum te Sommelsdijk te zien zijn.
Het oudste gedeelte is de polder Diepenhorst, waarin het dorp Ouddorp is ontstaan. In een oorkonde van 1165 wordt dit gemeld als "Terram in Westforii". Hugo de Groot deelt in een van zijn brieven mede dat Goeree reeds in 1140 wordt genoemd; in 1320 verkreeg deze plaats al stadsrechten. Ten zuidoosten van Westvoorne lagen 14 schorren of slikken, die geëxploiteerd werden om zout en turf te winnen. Om invloeiing tegen te gaan werden er kaden om gelegd; een vijftal polders vormden later de kernen voor het toekomstige eiland.
De in 1929 gedempte kerkgracht in Ooltgensplaat, genaamd Kerkring. In het eerste huis links woonde W. Korteweg. Vermoedelijk Willem 7.2.4.2.4.5.4, bakker/koopman, geb. 1873. Naast landbouw en visserij ontwikkelde zich van lieverlede ambachtsnijverheid en winkelnering. Men leefde wel in het isolement door het water, maar toch ontwikkelde zich het culturele leven door rederijkerskamers, Schuttersdoelen, enz. Later kreeg het "Nut" zijn bibliotheken; er waren ook christelijke leesgezelschappen, op godsdienstig gebied kwam het verenigingsleven en de "ziengscholen" maakten grote opgang. Ook aan het onderwijs
Een normale scene van de RTM in de jaren '50. Iemand die mee wil maakt dat kenbaar door een stuk stof (zakdoek?). Lokomotief nummer 57 bij de halte Biert, 21 januari 1956. Op vele terreinen viel in het begin van 1900 een krachtige activiteit waar te nemen; er kwamen stichtingen voor onderlinge hulp, gezinszorg, later dorpshuizen en speeltuinen. In 1932 kon door een groot legaat te Dirksland een ziekenhuis worden geopend; in 1934 een Waterleidingbedrijf. Een gasfabriek was er al in het begin van de 20e eeuw, althans voor Middelharnis en Sommelsdijk; een uitkomst was het elektriciteitsbedrijf EMGO, in 1930, waardoor de petroleumlampen verdwenen. Een geweldige inzinking kwam in de dertiger jaren. Nauwelijks was men daar overheen toen de Tweede Wereldoorlog kwam; de Duitse bezetting stuurde alles in de war. Door inundatie werden de akkers onder water gezet en een groot deel van de bevolking moest evacueren. Na de oorlog werd met kracht aan de wederopbouw gewerkt, de energieke bevolking wist binnen enkele jaren de verloren welvaart te herwinnen. In 1953 werd het eiland door een ontzettende vloedramp getroffen, het werd bijna geheel verzwolgen. Honderden mensen en veel vee verdronken en de materiële schade beliep vele miljoenen. De hulp uit het gehele land was voortreffelijk; de dijken konden in korte tijd hersteld en de dorpen herbouwd worden en binnen enkele jaren had het zwaar getroffen eiland weer zijn vorige welvaart terug. Door deze ramp kwam de regering tot een spoediger besluit om te zeearmen af te sluiten; in 1964 werd de Haringvlietbrug voor het verkeer met de vaste wal opengesteld en in 1965 bracht de Grevelingendam de verbinding met Zeeland. |


