Brabant (west) en familie Korteweg

De naam

De meeste Kortewegs danken hun naam waarschijnlijk aan het feit dat Aart Adriaenszoon, jongeman uit Zevenbergen, zich rond 1680 vestigde als boer in de Groote Polder onder Klundert, naar wordt aangenomen aan de Korte Weg. Deze weg ligt nu helaas onder het zand van het industriegebied Moerdijk; hij mag niet verward worden met de Korteweg in de Bloemendaalse polder tussen Klundert en Zevenbergen.


Protestant

We zijn dus Brabanders, maar geen gewone Brabanders. De streek waar onze roots liggen heette De Westhoek. Hij werd langzaam ingepolderd na de St. Elizabethsvloed in 1421, met name onder invloed van de Nassau's, die baron van Breda waren. Engelbert II van Nassau begint in 1483 met de bedijking van de polder Niervaart, het latere Klundert. (Niervaert bestond al als kleine heerlijkheid in de 13e eeuw, voor de St. Elizabethsvloed). Samen met een rij vestingen aan de zuidzijde van de Maas, zoals Geertruidenberg, Heusden en Ravestein, was de Westhoek vanaf 1600 een verdedigingslinie of aanvalsbasis van Holland tegen de Spanjaarden en Fransen. Willemstad en Klundert waren ook vestingstadjes. Misschien zaten er wel voorouders van ons in het beroemde turfschip van Breda.
De Westhoek was daarom protestants. Tot in de 20e eeuw voelden onze voorouders zich een minderheid in een katholieke provincie. Van achterstelling is echter waarschijnlijk nooit sprake geweest.
De scheiding protestants-katholiek was ruwweg ook een klassen-scheiding. De boeren en middenstanders waren protestant. De landarbeiders en werkers in de landbouwindustrie -meekrap (meestoven), vlas, suiker- waren katholiek. Dat vermengde zich vrijwel niet. Met name de boeren waren een gesloten groep, met welvarende hofsteden op de vruchtbare kleigrond rond Willemstad, Klundert, Dinteloord, Fijnaart, Steenbergen, Moerdijk, Lage Zwaluwe en Zevenbergen. Veel van de boerenzoons en -dochters trouwden met een De Lint, Timmers, Maris, Den Engelse, ....
In de 19e eeuw onstaat er een kerkelijke scheuring in de Nederlandse Hervormde kerk. Met name Klundert wordt overheersend gereformeerd, ook de Kortewegs in Klundert, evenals de Flakkeese tak. Protestants Zevenbergen daarentegen bleef overwegend hervormd.

Uiterlijk

Al vormden onze voorouders op het eerste gezicht een Hollandse kolonie, ze zagen er niet uit als Hollanders. Misschien wel qua lengte, maar ogen en haar waren donker. (De gemiddelde lengte van de Nederlandse man in 1700 was trouwens maar 1,65m.) En de taal was een brabants dialekt, bij velen misschien nog bekend als de taal van Merijntje Gijzen. Adriaan werd uitgesproken: Urjàon

De plaatsen

De markiezin van Bergen op Zoom liet in 1547 Fijnaart bedijken. Klundert en Willemstad werden in resp. 1550 en 1586 gesticht als vestingen door Willem van Oranje en Maurits. Maurits trouwde in het stadhuis van Klundert, gebouwd in 1621. Zevenbergen bestond al veel langer als stadje aan de Roode Vaart. Al in de 2e helft van de 13e eeuw was het een overslagplaats van zout en turf (beide gewonnen uit de zoutrijke veenlaag onder de klei). Tot 1428 was het een ommuurd stadje. Aan de oostkant van Zevenbergen lag een groot kasteel, nu geheel verdwenen, van de heren van Zevenbergen. In de hervormde kerk vinden we het graf van de graaf van Aremberg, heer van Zevenbergen, die nota bene een praalgraf kreeg, ondanks het feit dat hij in de slag van Heiligerlee aan de Spaanse kant vocht.

Het landschap

biesbosWe moeten ons het landschap niet zo aangeharkt voorstellen als tegenwoordig. Met man- en paardekracht moet het een enorme strijd geweest zijn, het moeras met Biesbos-achtige begroeiing in cultuur te brengen. Het ging om zware zeeklei. In 1608 is er nog sprake van een wolvenplaag. De wegen, meestal ongeplaveid, moeten een groot deel van het jaar vrijwel onbegaanbaar zijn geweest. Regelmatig kwamen overstromingen voor, meestal vanuit de Mark-Dintel die nog in open verbinding met de zee stond. Ook in 1953 heeft een groot deel van de Westhoek onder water gestaan. Fijnaart betreurde toen 101 doden; in Willemstad en Klundert was tijdig gewaarschuwd.



De economie

suikerfarbriekDe tegenwoordige suikerfabriek in Dinteloord.De streek bleef door de eeuwen heen agrarisch. Wel met belangrijke agrarische industrieën, zoals vlas in Standaarbuiten. Zevenbergen had in 1858 de eerste suikerfabriek in Nederland.Rond 1900 telde het drie suikerfabrieken, naast die van o.a. Dinteloord en Stampersgat. De Mark-Dintel was een belangrijke afvoerweg van producten. Rond 1970 brengt het industriegebied Moerdijk industrie van andere aard.
De welvaart in de Westhoek ging dus op en neer met de afzet en prijzen van landbouwproducten. Een grote verandering vormt de landbouwcrisis rond 1870, omdat die samenviel met de opkomst van de Rotterdamse haven, waarlangs het goedkope Amerikaanse graan binnenkwam. Dit leidde tot een grote migratie naar Rotterdam en omstreken en soms naar Amerika. De gemiddelde levensverwachting was in die tijd nog 36-39 jaar. Deze migratie, evenals de grote kindersterfte zien we terug in onze stamboom.
Een belangrijke mijlpaal in de bereikbaarheid van de Westhoek was het gereedkomen van de spoorbrug bij Moerdijk in 1872; in 1936 kwam ernaast de brug voor wegverkeer. Om te markeren dat men vanuit het noorden een katholieke provincie binnenkwam, werd bij het zuidelijk landhoofd een Mariakapel gebouwd.



Tweede wereldoorlog

In 1940 werd het hart van Zevenbergen getroffen door een bombardement (39 doden) en bij de bevrijding werd bijna de hele binnenstad verwoest (117 doden). In oktober/november 1944 voerden de geallieerden, voornamelijk Canadezen een zware strijd om de Westhoek Breda werd door een Poolse brigade bevrijd op 29 oktober, Zevenbergen zag de Canadezen op 4 november. Boer Wouter Korteweg in Dinteloord verloor zijn boerderij in een bombardement op 4 november 1944. Kort daarna werd hij ook nog zwaar gewond door een ongeval. In vrijwel alle plaatsen moesten de kerken het ontgelden, omdat de strijdende partijen het voorzien hadden op hoge punten in het vlakke land.

De Korteweg's in West Brabant

Aart Adriaenszoon stichtte in de 17e eeuw een grote boerenfamilie. Zijn zoon Adriaan had 8 kinderen, waarvan 3 zoons die de naam Korteweg doorgaven. De andere zoon Corstiaan kon er helemaal wat van: hij had 24 kinderen; 5 zoons hadden nakomelingen die Korteweg heetten. Een daarvan, Anthony, vertrok naar Ooltgensplaat; hij is de stamvader van een omvangrijke Flakkeese tak en van de tak in New Jersey, die zich grotendeels Shortway ging noemen. De jongste zoon van Corstiaan, Arij, beschouwen we als de grondlegger van de Zevenbergse tak. De andere 6 zoons van Adriaan en Corstiaan - 3e generatie dus - bleven in Klundert. Onder hun kleinkinderen zijn 13 mannen en 1 vrouw van de 5e generatie, die gezinshoofd werden. We zullen hieronder hun nageslacht kort beschrijven, inclusief de 3 gezinshoofden van de Zevenbergse tak, maar exclusief de Flakkeese tak.

Afstammelingen van Adriaan (2.1):

a. Arij (1810-1896), timmerman/aannemer, had een Korteweg als schoonmoeder. Misschien lag het dus aan genetische factoren dat 7 van zijn 11 kinderen jong overleden en de naam Korteweg niet werd voorgezet.
b. Bij zijn neef Jacob (1800-1874), boer, gebeurde hetzelfde, maar de zoon van zijn dochter Cornelia, Maarten Maris (1875-1963) kreeg toestemming zich Korteweg Maris te noemen. Er staan 12 mensen met die naam in de Nederlandse telefoonboeken.
c. Cornelis (1786-1853) en zijn broer Diderik waren de zonen van Adrianus, de Korteweg die het familiewapen met de drie bomen aannam. Cornelis was houtkoper/aannemer en hij werd de grootvader van Cornelis Korteweg, notaris en burgemeester van Hazerswoude, op zijn beurt vader en grootvader van juristen.
d. Zijn broer Diderik (1789-1861) was houtkoper en burgemeester van Klundert. Diens zoon Adranus Johannes, rechter te 's Hertogenbosch, was de vader van de beroemde wiskundige Diederik Johannes Korteweg. Hij ontwikkelde samen met collega de Vries een formule in de stromingsleer, de Korteweg-DeVries-vergelijking. Het wiskundig instituut van de Universiteit van Amsterdam heet Korteweg-De Vries-instituut en in de Watergraafsmeer is een straat naar deze Korteweg genoemd. Adriaan Johannes had echter nog meer zoons:
- Bastiaan Pieter, leraar aan de KMA, ontwikkelde zeer revolutionaire ideeën. Hij was getrouwd met een bekend feministe, Elize Baart en samen met haar pleegde hij zelfmoord. De roman Verwoeste Levens van Jeroen Brouwer is aan hen gewijd.
- prof. Johannes Adrianus was een bekend geneeskundige in Amsterdam, Groningen en Leiden. Zijn zonen Adranus Johannes en Pieter Cornelis waren arts te Alkmaar resp. een bekend filatelist. Een zoon van deze arts was hoogleraar scheepsbouwkunde in Delft.
- dr. Pieter Cornelis was arts te Wormerveer. De zoon van hem, Remmert, werd directeur van het Kankerinstituur en één van de eerste bestrijders van het roken. Een andere zoon, Adriaan, was kunstschilder. Hij overleed in India aan uitputting.
e. Cornelis (1790-1856) was ook timmerman en houthandelaar. Zijn zoon Frans vertrekt om onduidelijke redenen naar Utrecht en wordt daar stamvader van de Utrecht-tak. Hij had namelijk 11 zoons, waarvan er 8 een gezin stichtten! Eén van hen vestigde zich in Eindhoven; zijn familie werd katholiek, afgaande op de voornamen.
f. Pieter (1789-1862) was, evenals de meeste van zijn zoons, wagenmaker. Een was hoofdonderwijzer in Klundert. Hun nageslacht woonde in Fijnaart en voor een deel in Mijnsheerenland en 'sGravendeel.
g. Hendrik (1800-1830) en zijn zoon Adrianus waren kleermaker in Fijnaart. Met de kinderen van deze Adrianus sterft deze familie uit.
h. Krijn (1818-1856) en zijn nageslacht waren landarbeiders in Fijnaart en Willemstad. Een kleinzoon emigreerde naar de V.S.
i. Corstiaan (1821-1858?) was ook arbeider. En dochter van hem emigreert, een zoon wordt onderwijzer in Ijsselmonde.
j. Johanna (1827-1883): had als ongehuwde moeder een zoon Leendert, die stamvader werd van de Bredase tak. Zij stichtten het Bouwbedrijf Korteweg, maar er kwamen ook veel leraren in deze familie voor.
k. Pieter (1800-1843) en zijn nageslacht waren landarbeider in de Westhoek en later groentehandelaar of industriearbeider in Rotterdam e.o.

Afstammelingen van Corstiaan (2.2):

l. Robbrecht (1776-1811): zijn nageslacht kent vele generaties lang kleermakers en textielwinkeliers, tot een Pieter achtereenvolgens thesaurier-generaal, algemeen directeur van Robeco en toezichthouder op het CBS wordt en recent leiding gaf aan het opstellen van het VVD-verkiezingsprogramma.
m. Aart (1788 - ?), in Strijen, had drie zoons, waarvan er een omkwam als militair in Breskens, maar geen van hen had nakomelingen, voor zover we weten.
n. Corstiaan (1782-1844): zijn nakomelingen emigreerden naar de VS, werden bakker in Dordrecht (nog steeds), werden arts of KNIL-militair. Zie voor Robbrecht, commandant van een krijgsgevangenenkamp: www.home.zonnet.nl/henk.verbaarschott/kampverhalen

Zevenbergse tak, ook afstammelingen van Corstiaan (2.2):

o. Arij (1802-1889) en zijn afstammelingen waren boer in Zevenbergen of Zuid-Beyerland en later in de Noordoostpolder.
p. Hermanus (1805-1886): deze familie vinden we in Brabant als vrachtrijders, bij de PTT, of in Bemmel (Gld.) als opzichter.
q. Arie (1812-1897): zijn nakomelingen vinden we in Rotterdam e.o. (huisschilder, onderwijzer) of in Breda.

Laatst aangepast op vrijdag, 01 januari 2010 11:47
 
Familie Korteweg, Powered by Joomla!; Joomla templates by SG web hosting